Heineken - 8L BLADE Biervat
Als je echt een goed beeld wilt krijgen van het Belgische bierlandschap, dan is deze gids voor Belgische bierstijlen een geweldige plek om te beginnen.
Bier en bierstijlen evolueren voortdurend, maar in België zijn ze vrij gevestigd, een kenmerk van een traditioneel bierland. Deze stijlen zijn allemaal bovengistend, dus een term als Belgian Ale als biertype zegt niet veel, want het zijn allemaal Belgische biertypes: bovengistend bier uit België.
Het ondergistende bier waar wij Britten zo bekend mee zijn – de lagers en de pilsners – domineert ook het bierlandschap in België. Maar ondanks hun alomtegenwoordigheid zijn ze niet traditioneel Belgisch, en Belgen zijn niet wereldberoemd geworden door het produceren van deze bieren (hoewel ze wel hele goede maken).
Dus, wat zijn die stijlen, wat definieert ze en wat maakt ze zo speciaal? Hier leggen we de belangrijkste uit, inclusief iconen die synoniem zijn met de stijl.
Trappistenbier is geen bierstijl. Zo, dat is dan ook meteen opgehelderd. Dit misverstand is behoorlijk hardnekkig, dus laten we daar eens mee beginnen.
Dit veelvoorkomende misverstand is begrijpelijk. In plaats van iets te zeggen over de stijl, zegt Trappistenbier iets over de herkomst van het bier. Namelijk dat het binnen de muren van een klooster is gebrouwen. Het zegt echter niets over de daadwerkelijke stijl. Belgisch abdijbier is ook geen biertype of -stijl. Een veel uitgebreidere beschrijving vind je in ons artikel: alles over Trappist en Abdijbier
6,3%-7,9% | 15-30 IBU | 8-14 EBC
De meeste bierliefhebbers denken niet aan haarkleur als ze het woord 'blond' horen. Blond bier is een erg populaire bierstijl, omdat het tegelijkertijd doordrinkbaar, smaakvol en toegankelijk is. Het is een lichtgekleurd bier en soms goudkleurig. Licht moutig, licht zoet, licht bitter zonder al te veel hoppige aroma's. Zoals gezegd is het bovengistend en deze gist geeft wat fruitige (esters) en kruidige (fenolen) tonen. Het alcoholpercentage in de Belgische versies ligt boven de 6% en blijft bijna altijd onder de 8%.
Stijliconen: Affligem Blond, Leffe Blond, St. Feuillien Blond.
4,1%-6,3% | 20-30 IBU | 12-24 EBC
Amber is de kleur van dit bier. Ooit was het de Belgische tegenhanger van de opkomende lager, maar tegenwoordig zie je dat moderne, met Amerikaanse hop gebrouwen pale ales de overhand hebben genomen. De Special Belge kenmerkt zich door een mild, floraal hoparoma. De mout levert subtiele tonen van karamel en/of toast. Een niet te intens, makkelijk drinkbaar bier.
Stijlicoon: De Koninck APA Bolleke, Palm
Een Belgische Pale Ale die we zeker moeten noemen, is Orval. Dit bier is behoorlijk bijzonder, omdat het verandert naarmate het ouder wordt. Dit komt doordat de Brettanomyces gist jarenlang actief blijft en daardoor een andere smaakimpact heeft, afhankelijk van de leeftijd. Dat betekent dat het op verschillende leeftijden anders zal smaken. Een jonge Orval smaakt hoppig, maar na verloop van tijd wordt het sprankelender, droger met een wilde toets die je mooi als funky kunt omschrijven. Het is speciaal en uniek!
6,3%-7,6% | 20-35 IBU | 32-72 EBC
Deze bierstijl kenmerkt zich door de kleur: bruin, wat toegegeven niet de meest sexy omschrijving is. Het is om deze reden dat het regelmatig Belgisch Bruin of in het Frans Brune wordt genoemd. Volgens sommige bierprofessoren zijn dit verschillende stijlen, maar hier worden ze samengevoegd omdat er tal van overeenkomsten zijn. De naam komt van de hoeveelheid mout en het stamwort (hoeveelheid suikers voor vergisting).
Westmalle Dubbel wordt beschouwd als de eerste in zijn soort. Gebrouwen sinds 1926, is het de referentie voor alle Dubbels die erna kwamen. De kleur kan afkomstig zijn van donkere mouten, maar ook van donkere kandijsuiker. Het samenspel van mout, kandijsuiker en gist creëert een bier met smaken van karamel, rozijn en abrikoos. De hop (en soms kruiden) zorgen voor een kruidige toets. De afdronk is redelijk droog met een milde hopbitterheid. Heerlijk!
Stijlicoon: Westmalle Dubbel, Chimay Rood, Affligem Dubbel (gebrouwen met kruiden).
7,1%-10,1% | 20-45 IBU | 8-14 EBC
Krachtig en smaakvol, maar ook toegankelijk en gevaarlijk doordrinkbaar. Dat is een Tripel in een notendop. Een zeer aantrekkelijk bier voor bijna elke bierliefhebber.
Een Tripel is blond tot goudkleurig met een grote, dikke schuimkraag. De gist zorgt voor het fruitige karakter, dat onder andere doet denken aan banaan en peer. De zoetheid en bitterheid zijn mooi in balans, en de hoge carbonatie maakt het feestje compleet.
Laat je niet misleiden door de doordrinkbaarheid, deze stijl is krachtig en sterk. En hoewel de suikersiroop zorgt voor het hoge alcoholpercentage, is het ook de suiker die ervoor zorgt dat dit bier altijd makkelijk doordrinkbaar en toegankelijk is!
De Westmalle Tripel (net als de Dubbel) wordt gezien als de moeder van de bierstijl. De eerste was echter Witkap Pater in 1932, volgens sommige bronnen gebaseerd op het recept van Westmalle. Westmalle volgde in 1934 en verbeterde het recept in 1956. Sindsdien wordt het Tripel genoemd en heeft dit bier de standaard gezet voor de bierstijl.
Stijlicoon: Westmalle Tripel, Gouden Carolus Tripel, Tripel Karmeliet
7,1%-11,2 | 20-50 IBU | 7-20 EBC
Krachtig, smaakvol, blond, gevaarlijk lekker doordrinkbaar en geliefd bij menig bierliefhebber. Verwar dit niet met de Tripel, al lijkt het er wel veel op. Net als bij Tripels spelen lichte suikerstroopjes een belangrijke rol: ze zorgen voor een sterk bier met een licht karakter! En ze zijn ook nog eens heel doordrinkbaar.
La Chouffe is een mooi voorbeeld van hoe de grenzen tussen bierstijlen vervagen. Ze noemen het gewoon blond, maar dit bier met de bekende kabouter lijkt zeker op een Tripel. Of proef Malheur 10, een prachtig sterk blond dat niet zou misstaan tussen de Tripels.
Als je Duvel proeft, merk je meteen het verschil. Droger, lichter van kleur en minder fruitigheid van de gist vergeleken met een Tripel. De hop zorgt voor een duidelijk citrusaroma. Duvel is hét icoon van deze bierstijl, met veel 'klonen' zoals Hapkin, Judas en St. Feuillien Grand Cru.
Stijlicoon:Duvel, Hapkin, Judas, St. Feuillien Grand Cru
Het bier met de roze olifant, dat is Delirium. Het is zo iconisch dat het een eigen vermelding verdient. Deze status heeft het deels te danken aan de roze olifantjes op de etiketten, gecombineerd met de ietwat suggestieve naam. Delirium Tremens is de bekendste versie en doet de bierstijl Sterk Blond eer aan, in al zijn verschijningsvormen. Hoewel blond, is het eerder goudkleurig, dus een Golden Ale. De aroma's van banaan en peer doen denken aan een Tripel, aangevuld met kruidige tonen van koriander en kruidnagel. Dit is Belgisch bier op zijn best.
Delirium Tremens is verkrijgbaar in een biervat.
7,1%-11,2% | 20-50 IBU | 18-70 EBC
Het Belgische antwoord op barley wijnen. Donker van kleur, vaak gebrouwen met donkere suiker, en in die zin erg vergelijkbaar met de Dubbel. Sterker nog, veel van deze sterke Belgische donkere bieren worden gezien als krachtigere versies van de Dubbel. Ze zijn ook een stuk complexer, met moutige smaken van karamel, honing, broodkorst, rozijnen en chocolade. Vaak hebben ze een fruitig en kruidig element dat van de gist komt, zoals appel, banaan of kruidnagel. Soms worden deze smaken ook gecreëerd door extra kruiden toe te voegen.
Het verschil tussen deze bieren en barley wijnen zit hem in de donkere suiker. De suiker zorgt voor een lichter karakter en maakt ze een stuk doordrinkbaarder. Dat is prima, want deze bieren zijn er om rustig van te genieten.
Stijlicoon:Rochefort 8 en Rochefort 10, Gouden Carolus Classic, Chimay Blauw
Kwak is ook zo'n typisch Belgisch bier dat een aparte vermelding verdient. Het is wereldberoemd en dankt zijn naam aan een 18e-eeuwse herbergier en brouwer. Qua kleur neigt het meer naar een Special Belge, maar alle andere kenmerken wijzen richting Strong Blonde en Strong Brown. Een soort Sterke Amber dus. De zoetheid en bitterheid zijn mooi in balans. Je proeft tonen van karamel en sinaasappelschil, hints van zoethout en een licht kruidig karakter. De lichte body zorgt ervoor dat het lekker doordrinkbaar is.
9,1%-14,2% | 25-50 IBU | 32-72 EBC
Dit is eigenlijk een Nederlandse bierstijl; de Trappisten van La Trappe introduceerden deze stijlnaam in 1991. De La Trappe Quadrupel is dan ook hét stijlicoon. Er zijn echter ook genoeg fantastische Belgische voorbeelden.
Deze bierstijl heeft een overlap met Sterk Bruin. Volgens sommige bierkenners is het – samen met barley wine – allemaal hetzelfde. Wij geloven echter dat het verschil zit in het moutprofiel, dat prominenter aanwezig is bij een Sterk Bruin. Een Quad neigt meer naar gedroogd fruit, zoals rozijnen en dadels, aangevuld met een moutige toets van karamel, maar geen chocolade. Toegevoegde suikers (daar zijn ze weer) houden het geheel doordrinkbaar, al zijn het typisch bieren om rustig van te nippen en langzaam van te genieten.
Stijliconen: St. Bernardus Abt 12, Malheur 12, en natuurlijk La Trappe Quadrupel
4,8%-5,6% | 10-17 IBU | 4-8 EBC
Het is geen wonder dat deze verfrissende bierstijl vooral populair is in de zomer. Tarwebier wordt gebrouwen met gemoute en ongemoute tarwe, korianderzaad en curaçaoschillen (een kleine, zure sinaasappel met een bittere schil). Deze dienen als aanvullende smaken bij de broodachtige, frisse tarwetonen.
Witbier is per definitie ongefilterd, waardoor het er troebel uitziet. Het is heel licht van kleur, maar niet wit. De Belgische gisten maken ze fruitig en kruidig met een licht verfrissend zuurtje, dorstlessend op z'n best.
Stijlicoon: St. Bernardus Wit, Blanche de Namur
4,4%-6,8% | 20-38 IBU | 8-14 EBC
De legende wil dat Saison oorspronkelijk op boerderijen werd gebrouwen voor de boerenarbeiders, daarom wordt het ook wel Farmhouse Ale genoemd. Het werd in de winter gebrouwen (vanwege het gebrek aan koeltechnieken was dit sowieso gebruikelijk) en in de zomermaanden gedronken om de dorst van de arbeiders te lessen. Een seizoensbier, in het Frans 'saison'.
Een typische saison is bruisend en droog. De gist zorgt voor de typische fruitige en kruidige smaken, de hoge vergistingsgraad zorgt voor het droge karakter. Dit betekent dat de meeste suikers zijn vergist, dus droog is het tegenovergestelde van zoet. Dit geheel wordt vaak afgetopt met aromatische hopgeuren. De afdronk kan behoorlijk bitter zijn door het droge karakter. Eigenschappen die het een heel goed aperitiefbier maken.
Stijlicoon:Saison Dupont, St. Feuillien Saison
Niet alle Belgische bieren zijn bovengistend, bieren van spontane of gemengde gisting zijn ook typisch Belgisch. Deze vorm van gisting betekent dat ze allemaal op zijn minst een zuurtje hebben, de mate hangt onder andere af van de brouwmethoden en gebruikte additieven.
4,8%-6,6% | 5-18 IBU | 24-50 EBC
Dit zijn twee Vlaamse bierstijlen die vaak in één adem worden genoemd. Beide ondergaan een fermentatie met melkzuur, wat ze zuur maakt. Het resultaat is een zoetzuur bier.
Het grote verschil tussen de twee zit hem in de houtrijping; die wordt bij bruine varianten nauwelijks of niet gebruikt, maar is onmisbaar bij de Vlaamse Roodbieren. Deze laatste ondergaat een lange rijping in houten vaten. Er vinden veel soorten fermentatie plaats, waarvan Brettanomyces de bekendste is. Door deze houtrijping is Belgisch Rood complexer, terwijl Belgisch Bruin milder en zoeter is.
Stijlicoon: Rodenbach Classic en Rodenbach Grand Cru (Rood), Liefmans Goudenband (Bruin)
5,0%-8,9% | 9-23 IBU | 12-80 EBC
Dit zijn de oudste en misschien wel meest complexe biersoorten, afkomstig uit de Zennevallei, het gebied ten zuidwesten van Brussel. Traditioneler Belgisch dan dit wordt het niet!
Lambiek is een tarwebier (zoals witbier en weizen) met 30-40% ongemoute tarwe, afkomstig van spontane gisting. Het wordt gebrouwen met oude hop, omdat deze minder bitterheid afgeeft.
Na het koken van het wort, pompen we de suikerrijke vloeistof in een koelschip. Zie het als een gigantisch, ondiep bad in de brouwerij. Dan gooien we de ramen of luiken van die ruimte open! Zo kunnen wilde gisten en bacteriën uit de lucht en de ruimte zelf lekker in het wort terechtkomen. Zij zetten dan de fermentatie in gang, waarna het wort in houten vaten verdwijnt. En weet je, elk van die vaten heeft ook weer z'n eigen unieke gist- en bacterieflora. In 1 tot 3 jaar doorloopt het bier dan allerlei fermentatiefasen, met als resultaat een complex, zuur tot diepzuur bier. Echt bijzonder!
De meeste van deze lambieken worden uiteindelijk Geuze: een blend van verschillende lambieken. Dit blenden, of mengen, noemen we 'steken'. Het is echt een kunst! De geuzesteker kiest uit diverse vaten lambiek van verschillende leeftijden om zo de perfecte blend te krijgen.
Stijlicoon: Boon Oude Geuze, Oud Beersel Oude Geuze
5,0%-8,9% | 9-21 IBU | Kleur afhankelijk van het fruit
Het bekendste fruitbier uit België is kriek-lambiek. Hierbij wordt een geuze of lambiek als basis gebruikt, waaraan kersen worden toegevoegd. Daarna kan het gezoet worden, waardoor je een zoet, cassis-achtig bier krijgt met een zure ondertoon.
Oude Kriek is een variant die niet gezoet is en een hergisting op fles ondergaat. Het resultaat is behoorlijk complex van smaak dankzij de rijping op vat. Kersen worden ook toegevoegd aan Belgisch Bruin, zoals bij Liefmans Kriek Brut.
Het blijft trouwens niet alleen bij kersen; frambozen zijn ook prachtige vruchten om te gebruiken. Lindemans heeft ook een lambiek met perziksap en een versie met appelsap.
Stijlicoon: Boon Kriek en Oude Kriek, Mort Subite Kriek Lambic
Belgisch bier is meer dan alleen een verzameling stijlen; het is een levende traditie. Van in kloosters gebrouwen Trappisten tot wilde, op vat gerijpte lambieken en gevaarlijk lekkere Tripels, de diversiteit is echt overweldigend. Weinig landen kunnen tippen aan de diepgang, het erfgoed en de brouwmeesterschap van België. Of je nu van iets lichts en verfrissends houdt zoals een Witbier, iets krachtig en complex zoals een Quadrupel, of zuur en funky zoals een Geuze, er is altijd wel een Belgische bierstijl die jou zal verrassen. De beste manier om Belgisch bier echt te begrijpen? Proef veel, schenk het goed in en neem er de tijd voor. Santé!